Kier Haringvliet

Het Haringvliet is een binnenvaart voor de kust in Nederland (Zuid-Holland). De voormalige baai, die sinds 1970 is afgedamd, scheidt de voormalige eilanden Voorne-Putten en Hoeksche Waard in het noorden van Goeree-Overflakkee in het zuiden. Het Haringvliet is 28 kilometer lang en tussen de 795 en 3.150 meter breed. De gemiddelde diepte is NAP-8m, het diepste punt (bij Middelharnis) NAP-39m. De hoofdmonding van de Rijn, in het laagste deel Nieuwe Merwede genaamd, en de Maas bereiken gezamenlijk de Noordzee via het Haringvliet en de sluizen van de stuwdam. Een ander waterlichaam in de Rijn-Maasdelta, het Spui, verbindt het Haringsvliet met de Oude Maas (Hoeksche Waard en Voorne-Putten). In het Haringvliet ligt het eiland Tiengemeten.

Dam kier Haringvliet

Opkomst en veranderingen

Voor 1200 waren Voorne en Flakkee nog één eiland. In 1216 scheurde een stormvloed de baai van het Haringvliet het land in en later kwam het Hollands Diep verder landinwaarts. Het Haringvliet heette toen ook Flakkee, het kreeg zijn huidige naam pas in de 19e eeuw. In 1970 werd het Haringvliet van de Noordzee gescheiden door de Haringvlietdam als onderdeel van het Deltaplan en daarmee onderdeel van de laagste Rijnstroom, die sindsdien pas bij de stuw de zee bereikt.

Milieusituatie en tegenmaatregelen

De dijk maakte het Haringvliet zoeter en de getijden hielden op. Het mariene tot brakke ecosysteem ging verloren. Doordat de Biesbosch aan de samenvloeiing van Rijn en Maas niet meer regelmatig onder water kwam te staan, verging de rietgordel. Verschillende vissoorten zijn bijna volledig verdwenen uit de aangetaste wateren. De lozing van organisch afvalwater van de intensieve veehouderij in Noord-Brabant leidde tot blauwalgenvergiftiging, waar veel vogels aan stierven.

In 1991 is een onderzoek gestart naar de gevolgen van het openen van de huidige poorten voor het Haringvliet. Als men typische omstandigheden voor een rivierdelta wil herstellen, moeten de sluizen, zoals op de Oosterschelde, alleen bij vloed worden gesloten. In 2003 heeft het kabinet gekozen voor de zogenaamde gap-oplossing, wat inhoudt dat bij vloed de poorten pas een gap worden geopend om een ​​overgangsgebied tussen zout en zoet water te creëren. Belangenorganisaties eisen compensatie van het rijk om de inmiddels aangelegde Zeeuwse zoetwaterinfrastructuur aan te passen aan de terugkeer van de getijden. Vanaf 2018 gaan de sluizen spleet open, vergezeld van milieustudies. Met de gedeeltelijke opening hoopt men weer een brakwaterbiotoop te kunnen creëren, de slibafzettingen te verminderen en de waterkwaliteit te verbeteren.

Voorheen moesten zoetwaterwinpunten voor landbouw en drinkwaterproductie worden verplaatst, evenals een meetnet en beschermingsconstructies tegen overstromingen. Het zoute water mag niet meer dan één lijn bereiken van de monding van het Spuim tot Middelharnis. Voor de peiling Moerdijk moet een minimale waterstand van NAP = 0 in acht worden genomen. Net als voorheen echter, wanneer het water in de Rijn laag staat (beneden 1100 m³/s op de Lobith-meter), wordt de stuw gesloten om het water van de Nieuwe Merwede en de Maas de hoofdvaarroute, de Nieuwe Waterweg, binnen te laten.

Compenserende maatregelen Kierbesluit Evides

Waterbedrijf Evides neemt in 2016-2017 compenserende maatregelen Kierbesluit Haringvliet